top of page

Is fawn hetzelfde als pleasen?

4 sep
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 sep


Coaching voor pleasers

Misschien herken je dit.

Je komt ergens binnen en nog voordat je goed en wel je jas hebt uitgedaan, weet je al hoe de sfeer is.


Je voelt dat iemand stiller of juist aanweziger is dan anders. Je hoort iets in de stem van je partner. Je ziet een kleine verandering in iemands gezicht. Een zucht. Een blik die net iets langer wegblijft.

Zonder dat je daar bewust voor kiest is je aandacht naar buiten gericht.

Wat is er? Heb ik iets gedaan? Is diegene boos? Moet ik iets vragen? Moet ik ruimte geven? Kan ik beter even niets zeggen?

Soms heb je het zelf niet eens door. Je noemt jezelf misschien empathisch. Gevoelig. Zorgzaam. Iemand die goed kan luisteren en anderen goed aanvoelt. En... dat ben je waarschijnlijk ook.

Maar er kan nog iets anders onder liggen.

Dat je zó goed bent geworden in het voelen van anderen, dat je jezelf onderweg een beetje bent kwijtgeraakt.

Ik wist vaak eerder hoe het met de ander ging dan met mezelf

Voor mij is dat misschien wel een van de meest herkenbare kanten van pleasen en fawnen.

Ik kon haarfijn voelen hoe het met de ander ging.

Of iemand spanning voelde. Of iemand behoefte had aan ruimte. Of er iets niet klopte. Of de verbinding veranderde.

Maar als iemand mij vroeg: "En hoe is het eigenlijk met jou?" dan moest ik soms echt even zoeken.

Niet omdat ik niets voelde. Integendeel. Er gebeurde juist vaak van alles binnenin me. Maar mijn aandacht was niet daar.

Mijn systeem was bezig met de ander.

Met de ruimte tussen ons.

Met bepalen of het ok was of wat er nodig was om het goed te houden.

Is fawn hetzelfde als pleasen?

Niet helemaal. Pleasen kennen we vaak als gedrag. Je doet iets voor een ander. Je zegt ja terwijl je eigenlijk nee bedoelt. Je probeert iemand tevreden te houden. Je bewaart de harmonie. Of fawn hetzelfde is als pleasen is dus nee, maar er zit zeker overlap in de kenmerken. Bij fawnen gaat het voor mijn gevoel echt nog een paar lagen dieper. Dan is het niet alleen: ik pas me aan. In fawn gebeurt er iets waardoor je automatisch van jezelf naar de ander verschuift, zelfs al doe je er moeite voor om dat niet te doen.

Alsof de naald van je innerlijke kompas standaard naar buiten wijst. De ander is belangrijker dan jijzelf. De stemming van de ander. De behoefte van de ander. De mogelijke reactie van de ander.

En ondertussen raak jij verder uit beeld. Niet expres. Niet omdat je geen grenzen hebt of niet sterk genoeg bent. Maar omdat dit ooit een heel slimme manier is geweest om verbinding en veiligheid te bewaren.

Hoe ontstaat zoiets?

Een fawn-reactie ontstaat niet zomaar. Als je langere tijd hebt geleefd in een omgeving waarin het belangrijk was om goed aan te voelen wat er om je heen gebeurde, kan je systeem daar ontzettend bedreven in worden.

Bijvoorbeeld wanneer er veel spanning was. Of onvoorspelbaarheid. Wanneer iemand ziek was. Verslaafd. Depressief. Boos. Afwezig. Overbelast. Wanneer er verlies was. Of wanneer jij als kind voelde dat er weinig ruimte was voor jouw gevoelens, omdat er al zoveel bij anderen speelde.

Je hoeft daarvoor niet eens altijd bewust te hebben geleerd: ik moet voor anderen zorgen.

Soms leert je lichaam iets subtielers wat door je zenuwstelsel als het ware uitgevoerd wordt.

Let goed op.

Voel aan hoe het hier gaat.

Pas je aan.

Maak het niet moeilijker.

Zorg dat je erbij blijft horen.

Je lichaam weet vaak eerder dat er iets gebeurt dan jijzelf

Dat vind ik zelf een belangrijk onderdeel van fawnen. Want vaak denken we dat we gewoon "te veel nadenken". Maar er gebeurt ook iets in het lijf. Misschien voel je spanning zodra iemand anders afstandelijk doet. Je maag trekt samen. Je adem wordt hoger. Je wordt alert. Je voelt een onrust die je moeilijk kunt plaatsen. En voor je het weet, ben je bezig. Je stuurt een berichtje. Je legt iets uit. Je vraagt of er iets is. Je probeert de sfeer lichter te maken.

Of je doet juist helemaal niets meer, omdat je bang bent om het erger te maken.

Van buitenaf lijkt het misschien klein. Van binnen kan er van alles gebeuren. Want een fawner leest vaak ongelooflijk veel in subtiele signalen.

Een zucht.

Een stilte.

Een kort antwoord.

Iemand die op zijn telefoon kijkt.

Een blik die verandert.

En vaak zit daar ook iets ingewikkelds in. Want soms voel je heel scherp dat er iets bij de ander verandert. Maar wat dat betekent, wordt vervolgens gekleurd door alles wat jij eerder hebt geleerd over verbinding.

Een stilte kan dan niet gewoon een stilte zijn. Je lichaam vraagt misschien onmiddellijk:

Ben ik nog veilig?

Ben je nog dichtbij?

Heb ik iets verkeerd gedaan?

Waarom weet ik dan niet goed wat ik zelf wil?

Omdat je aandacht normaal gezien al snel ergens anders is. Dat klinkt misschien simpel, maar ik vind het eigenlijk heel wezenlijk. Als je jarenlang vooral hebt geleerd om naar buiten te kijken, is het niet vreemd dat naar binnen kijken minder vanzelfsprekend voelt.

Dan kan iemand vragen: "Waar heb jij zin in?"

En dan voel je... niets. Of twintig mogelijke antwoorden. Of je denkt meteen: "Wat wil jij?"

Niet omdat jouw verlangens er niet zijn. Maar omdat je misschien nooit echt hebt geleerd om daar te blijven. Om even niet meteen te kijken wat handig is. Wat gezellig is. Wat logisch is. Wat de ander nodig heeft.

Maar om te wachten.

Te voelen.

En jezelf de tijd te geven.

Misschien heb je trek en merk je het pas als je al duizelig bent.

Misschien ben je moe en ga je toch nog door.

Misschien wil je eigenlijk naar huis, maar blijf je omdat de ander het zo gezellig heeft.

Misschien voel je boosheid, maar pas drie dagen later begrijp je waarom.

Dat betekent niet dat je geen contact met jezelf kĆŗnt hebben.

Het betekent vooral dat je systeem ontzettend geoefend is geraakt in iets anders of iemand anders eerst.

En dan komt vaak de schaamte

Want mensen die veel fawnen zijn vaak niet alleen moe van het aanpassen. Ze schamen zich er soms ook voor.

"Waarom doe ik dit steeds opnieuw?"

"Waarom kan ik niet gewoon normaal zeggen wat ik wil?"

"Waarom voel ik me zo afhankelijk van hoe het met de ander gaat?"

Maar ik geloof niet zo in jezelf streng toespreken omdat je fawnt. Alsof je nu ook nog eens moet leren om niet te fawnen. Daar zit voor mij iets heel vermoeiends in. Je hoeft jezelf niet te corrigeren alsof er iets mis met je is. Misschien mag je eerst begrijpen wat er gebeurt.

Dat jouw gerichtheid op de ander ergens vandaan komt. Dat het waarschijnlijk ooit een functie heeft gehad. Dat een deel van jou blijkbaar heeft geleerd dat verbinding belangrijk genoeg was om jezelf soms even opzij te zetten.

En misschien kun je daar, heel voorzichtig, nieuwsgierig naar worden.

Veranderen betekent niet dat je minder gevoelig wordt

Dit vind ik belangrijk. Want veel gevoelige mensen zijn bang dat grenzen stellen betekent dat ze harder worden. Dat ze minder zorgzaam worden. Minder empathisch. Dat hoeft helemaal niet.

Je hoeft niet te stoppen met voelen hoe het met anderen gaat.

Je hoeft alleen niet meer uitsluitend dƔƔr te wonen.

Je mag ook terugkomen bij jezelf.

Bijvoorbeeld midden in een gesprek. Niet pas thuis op de bank wanneer je alles opnieuw afspeelt in je hoofd. Maar al een klein beetje eerder.

"Wacht eens even. Wat gebeurt er nu eigenlijk met mij?"

Voel ik spanning?

Wil ik hier wel ja op zeggen?

Heb ik behoefte aan ruimte?

Ben ik bang voor de reactie van de ander?

Of wil ik dit werkelijk?

Dat zijn geen vragen die je meteen perfect hoeft te beantwoorden. Alleen al stilstaan kan iets veranderen.

De beweging terug naar jezelf

Voor mij gaat herstellen van fawnen niet over onafhankelijk worden van anderen. We hebben anderen nodig. We zijn relationele wezens. Verbinding doet ertoe. Maar er is een verschil tussen verbinding en jezelf verlaten om de verbinding niet kwijt te raken.

Misschien is dat wel waar de beweging begint.

Niet bij: ik moet beter mijn grenzen aangeven.

Maar bij: Ben ik er zelf eigenlijk nog bij?

Ben ik nog aanwezig in dit contact? Of ben ik zo druk bezig met de ander dat ik mezelf niet meer hoor? En soms is het antwoord: nee. Soms ben je jezelf kwijt. Dat is geen mislukking.

Dat is het moment waarop je misschien weer terug mag komen.

Naar je lichaam.

Naar je gevoel.

Naar wat jij eigenlijk nodig hebt.

Naar je eigen tempo.

Niet door jezelf naar binnen te duwen.

Maar door ruimte te maken.

Rustig.

Stap voor stap.

Je hoeft niet te stoppen met zorgen voor anderen

Misschien hoef je alleen te ontdekken dat jij ook iemand bent om rekening mee te houden.

Dat jouw behoeften niet pas mogen bestaan als niemand anders iets nodig heeft.

Dat jouw nee niet betekent dat je niet meer liefdevol bent. Dat jouw verdriet niet te veel is omdat een ander ook verdriet heeft. Dat je niet eerst toestemming hoeft te krijgen om te voelen wat je voelt.

En misschien, heel langzaam, ontstaat er dan iets nieuws. Niet dat je nooit meer scrolt door de gezichten van anderen. Niet dat je nooit meer twijfelt. Niet dat je ineens altijd precies weet wat je wilt. Maar dat je jezelf steeds iets sneller terugvindt. Midden in het contact. Niet tegenover de ander. Maar naast jezelf Ʃn de ander.

En dit is voor mij een belangrijke basis in het werken met de fawn-reactie. Het gaat niet over minder verbinding met andere mensen. Je hoeft niet afstandelijker te worden. Minder betrokken. Minder gevoelig voor wat er bij een ander gebeurt. Juist niet.

Het gaat erom dat de verbinding met de ander niet langer ten koste hoeft te gaan van de verbinding met jezelf. Dat je niet steeds hoeft te verdwijnen uit het contact om de ander dichtbij te kunnen houden. Dat er ruimte mag ontstaan voor jullie allebei. Voor wat de ander voelt Ʃn voor wat jij voelt. Voor wat de ander nodig heeft Ʃn voor wat jij nodig hebt.

Want juist dat kan spannend zijn. Veel mensen die bij mij komen, zijn bang dat ze de ander verliezen wanneer ze eerlijk zijn. Want eerlijk zijn betekent soms dat er verschil ontstaat. Jij voelt of wilt iets anders dan de ander.

En als je gewend bent geraakt om verbinding veilig te houden door je aan te passen en mee te bewegen, dan kan dat verschil voelen als een te groot risico dat je liever niet neemt. Dan lijkt jezelf aanpassen de veilige keuze.

Jezelf steeds verlaten (niet zeggen wat jij vanbinnen écht voelt en denkt, ook al heb je er niet de 'juiste' woorden voor) om de verbinding met de ander te behouden, geeft op de langere termijn steeds minder veiligheid. Dat is uiteindelijk waar het om gaat. Niet het kiezen tussen jezelf óf de ander. Maar langzaam ontdekken dat echte verbinding ook jouzelf mag omvatten. Dat word dan je nieuwe houvast. Dat jij niet langer ontbreekt in de relatie.


Wil je meer lezen over wat een fawn-reactie precies is, hoe je deze kunt herkennen en hoe zo'n patroon kan ontstaan? Lees dan ook mijn uitgebreide pagina over de fawn-reactie.

Opmerkingen


coaching-voor-pleasers.jpg
Wil je met me in gesprek?

Las je iets wat je heeft geraakt? Herkenning in een worsteling die je zelf ook kent?

De allerbeste manier om te zien of ik je hierin kan helpen en of we bij elkaar passen is om in gesprek te gaan. Dat kan zowel online als offline. Via mijn online agenda maak je eenvoudig een afspraak. 

Ik zie je graag!

© by Maaike de Boer | Powered and secured by Wix

bottom of page